VOC: een tipje van de (fiscale) sluier

Nederland

Enige tijd geleden ontving ik van de heer Morscheck een opzetje over de V.O.C. om als artikel te gebruiken. Met als bron Wikipedia kon ik vooruit maar er waren nog meer bronnen waarbij de belangrijkste wel was: het kenniscentrum van de V.O.C. Vooral de laatste is rijk geïllustreerd en bevat veel onderwerpen. Na het e.e.a. gelezen te hebben hadden beide bronnen 1 ding gemeen: GEEN BELASTINGZEGELS! Om daar niet meteen blijvende jeuk aan over te houden , heb ik Hans-Paul Hager kunnen benaderen om voor de illustraties te zorgen. Het werd een klein maar leuk geïllustreerd stukje dat misschien wel navolging vindt. 

V.O.C. aandeel uit 1623 voor f 2400,- ; afgegeven in Middelburg maar getekend in Amsterdam
(Bron: Wikipedia)

Ontstaan
Tot 1595 maakten de Portugezen de dienst uit op de vaarroutes naar Azië. Pas in 1592, na de terugkomst van Jan Huygen van Linschoten uit het Oosten had de Republiek voldoende informatie om zelf een expeditie op touw te zetten. De Compagnie van Verre, een voorloper stuurde 4 schepen waarvan er 3 terugkeerden. Dit werd gevolgd door meerdere expedities. In de jaren die volgden waren er verschillende maatschappijen ontstaan die eerder elkaar naar het leven stonden dan konden concurreren met de Portugezen en Engelsen. De Staten Generaal besloten allen samen te voegen tot 1 compagnie en de V.O.C. was daarmee een feit. Ze werd op 20 maart 1602 opgericht en kan beschouwd worden als een van de eerste multinationals die (later) aandelen uitgaf ; eigen geld en belastingzegels had. Het bestuur werd gevormd door de “Heren XVII” welke een vorm van verdeling in het aandeel van de V.O.C. was. Van het gezamenlijke kapitaal van f 6.500.000,- bracht Amsterdam 57% in ; Zeeland 20% ; Enkhuizen 8% ; Delft 7% ; Hoorn 4% en Rotterdam 3%. De zetelverdeling was dan ook navenant: Amsterdam 8 ; Zeeland 4 ; Enkhuizen 2 en Delft ; Hoorn en Rotterdam ieder 1. (verbeter me als ik het mis heb).

Kaap Goede Hoop; Stuiver versies : 6 st 1714 ; 12 st 1714 en 24 st 1714
Kaap de Goede Hoop : Rijksdaalder uitgaven van 1750: 4 Rd en 20 Rd
Batavia 1783: Nota voor betaalde soldij (?) van scheepsbemanning voor 290 gulden ; 3 stuivers en 1 duit.
Met VOC natstempel van 6 stuivers.
Batavia1766; bevordering tot onderkoopman met contract voor 5 jaar. Natstempel van 12 Rijks Daalders
Bengalen 1778: verklaring dat dit zegel van 20 Stuivers behoort tot de Codicielen van de Procurator

Gedurende de 17e eeuw ontstonden er talloze handelsposten waarvan Batavia sinds 1619 het hoofdkwartier werd.
De andere plaatsen waren zoal de noordkust van Java (1677) ; Ambon (1605) ; Makassar (1650); Banda (1609) ; Malabar (1663) ; Molukken (1607) ; Kaap Goede hoop (1652) ; Coromandel (1605) ; Malakka (1641) ; Bantam (1683); Japan (1609) ; Formosa (1624) ; Bengalen (1634) ; Perzie (1623) en China (1628).

Aangezien de Europese producten in Azië weinig aftrek vonden, moest de VOC andere bronnen aanboren om hun aankopen te kunnen financieren. Betalingen in goud en zilver moesten anders uit Europa worden aangevoerd Zo ontstond wat de VOC noemde de “Indische buitenhandel”. Er werd bijvoorbeeld textiel in India gekocht en in Indie weer verkocht. Met de winsten werden de specerijen betaald die dan naar Europa werden verscheept. Zo was er ook een opiumhandel . Het opiumsap werd gewonnen rond Bihar in Bengalen en door de VOC op Java verhandeld. De VOC had een monopolie totdat de Engelsen in 1757 Calcutta veroverden en hierdoor het monopolie in handen kregen. De opium werd toen zo duur dat er voor de VOC weinig marge over bleef.

In Japan waren van 1641 tot 1853 de Nederlanders de enige westerlingen die in Japan handel mochten drijven. Dit gebeurde vanuit het kunstmatige eiland Deshima in de haven van Nagasaki. Het eilandje was slechts 520m in omtrek en de VOC betaalde daarvoor jaarlijks meer dan f 15.000,- aan huur. Alle contacten verliepen via dit “handelshuis” en men mocht er ook niet langer dan 1 jaar blijven. Daarnaast moest jaarlijks een bezoek aan de Shogun in Edo worden gebracht. Dit was toen de (militaire) heerser van Japan.

Voor China met als handelspost Canton gold ook een dergelijke constructie. De Europeanen mochten de stad zelf niet betreden. Verder mochten ze geen rechtstreeks contact hebben met Chinese handelaren of bestuurders. Dat contact liep via een een zogenaamde hong. Een hong was een handelshuis dat tegen betaling een vergunning had om als agent voor buitenlandse kooplieden op te treden. De plaats Hong Kong herinnert nog hieraan. Nog niet zo lang geleden liep een 100-jarig contract af waarna Groot Brittannië het bestuur moest overdragen aan China.

Elk gebied had zijn eigen specialiteiten en verhaal en het verkrijgen van handelsposten of steunpunten ging in die tijd niet bepaald zonder slag of stoot. De Vereeniging groeide uit tot een bedrijf met in de 17e eeuw al 11.000 medewerkers en 20 vestigingen. Op het toppunt in 1753 waren er dit 25.000 alleen al in Azie ; zo;n 3000 in Nederland en nog vele duizenden die indirect afhankelijk waren. Van de in totaal 1772 VOC-schepen die tussen 1602 en 1795 van stapel liepen werden er 336 op de Middelburgse werven gebouwd.

Canton 1776: Huwelijkse voorwaarden voor Reinier van Harn ; Koopman en Elisabeth van de Werf met 24 Stuivers belast en letter C voor de handelspost Canton.
Canton 1793: Idem voor Hendrik Dirkse; Kapitein der Burgerij en Maria van der Grussen. Met 12 Rijks Daalders belast en letter C voor de handelspost Canton. Reden van dit verschil kan liggen in de boedelschatting.

Door toenemende concurrentie ; interne verrijking (wat later de bijnaam gaf “Vergaan Onder Corruptie”) ; bestuurlijke starheid ; financiële ondoorzichtigheid en met name de gevolgen van de 4e Engels-Nederlandse Oorlog (1780-1784) hebben de eerste zet bergafwaarts gegeven. De Vloot kon de republiek niet meer bereiken waardoor de financieringen uiteindelijk werden stopgezet. De Franse invasie met daarop de Bataafse Republiek betekende het einde en op 17 maart 1798 hield de V.O.C. hiermee op te bestaan. De afzonderlijke kamers van de VOC in Delft ; Hoorn en Enkhuizen werden pas in 1803 opgeheven terwijl Rotterdam en Middelburg een verkoopkantoor bleef houden.

Na de Bataafse Republiek was Nederlands Indië een van de weinige overgebleven gebieden uit de roemruchte periode. Suriname en de Antillen waren een overblijfsel van de avonturen van de West Indische Compagnie (W.I.C.) maar dat is weer een ander verhaal.

Ik hoop hiermee toch een redelijk en leuk geïllustreerd beeld te hebben gegeven van wat eens was. Met dank aan Hans-Paul Hager voor het verstrekken van de VOC scans.

Tagged

Geef een reactie