Denemarken: een vlak land met fiscale diepgang

Buitenland

Na het succes van ’t Cleyn Segel in Nederland in 1624, worden in de loop der jaren door andere landen soortgelijke vormen van belastingheffing ingevoerd. Denemarken was een van die landen en introduceerde het gebruik van fiscaal papier in 1657. 

De lage waarden van de belastingen waren toen gebaseerd op 3 verschillende beschikbare papierformaten:

  • 1/1 vel: 8 skilling
  • ½ vel: 4 skilling
  • ¼ vel: 2 skilling

Voor een document van perkamentpapier moest 1 Rigsdaler worden betaald. In de linker bovenhoek werd het wapen gedrukt met waarde.

Vanaf 1660 wordt ook het doel van dit document vermeld. Een voorbeeld hiervan:

Documentfragment uit ca. 1660 met 8 skilling

In 1664 wordt een genummerd systeem van klassen ingevoerd om een onderscheid te maken in de hoeveelheid te betalen belasting: No 1-6: klasse 1; No 7-12: klasse 2.

Vanaf 1664: document met belastingklasse 9 en 1 Rigsdaler aan belastingheffing

De aanpassingen volgden zich in rap tempo op en in 1691 waren er al 30 verschillende waarden, gebaseerd op diverse klassen. Vanaf 1700 bevindt zich op een fiscaal document het monogram van het regerend vorst; de hoeveelheid te betalen belasting en het jaar van uitgifte.

Monogram van Frederick IV; met belastingklasse; waarde en jaar van gebruik.

In de jaren die volgen ontstond er een breed scala aan tarieven en klassen. Dit leidde er uiteindelijk toe dat in 1828 het heffingsstelsel werd vereenvoudigd. De hoeveelheid aan tarieven werd gereduceerd van 266 naar 185 en er werd een 4-klassen “stempeltarief” ingevoerd.

1832: fiscaal document uit de eerste klasse met No 4 met 2 Rigsdaler in goud

De belastingwet werd in 1861 verder vereenvoudigd. Het aantal klassen werd verminderd tot 2 en de variatie aan tarieven daalde naar 82. Na 1969 was er nog maar 1 klasse en slechts 4 waarden, te weten: 50.000; 100.000; 150.000 en 200.000 Kronen.

De eerste zelfklevende zegels; de plakzegels werden geïntroduceerd in 1862. Vanaf die datum ontstonden er verschillende soorten zegels met elk hun specifiek gebruik:

  • Stempelmaerke (plakzegel): 1862 – 1986+
  • machines en coils: 1969-
Voorbeelden van oudere en modernere plakzegels

Van de volgende zegels werd een zgn. “key-type” uitgegeven welke bestond uit 2 zegels. De linkerhelft had het nummer “1” en was voor de verkoper. De rechterhelft had het nummer “2” en was voor de koper. De nummer “1” is veel schaarser dan de nummer “2”.

Voor elke belasting hanteerde men steeds een andere basiskleur. Zo kwamen de volgende belastingvormen voor:

BasiskleurBelastingvormPeriode
Blauwbeursbelasting1915-
Rozejuwelen1917-1922
Bruincigaren etc.1917-1955
Groenchocolade en snoep1922-1945
Violetcosmetica1940-1950
Roodmotorvoertuigen1924-1947
Geelinvoerbelasting1932
Groenleer1942-1955

Enkele voorbeelden hiervan zijn te zien op de volgende documentfragmenten:

Deel van een factuur voor de levering van diverse tabaksproducten uit 1946. Hierbij zijn bruine belastingzegels gebruikt die o.a. betrekking hebben op tabak.
Deel van een factuur uit 1938 van de Chocoladefabriek uit Aalborg. Met 3 groene belastingzegels voor chocolade en snoep. De waarden tot 1 Kroon zijn zwart; overige waarden zijn in rood.

Verder zijn in diverse vormen nog zegels uitgegeven voor obligaties; radiobelasting; topografische kaarten; cigaretten; alcohol etc. Enkele voorbeelden hiervan zijn hieronder te zien.

Banderol van een pakje sigaretten
Wijnzegel met afgifteklasse 2

Samengevat biedt Denemarken voor verzamelaars van belastingzegels een interessant en gevarieerd verzamelgebied dat qua documentatie goed is terug te vinden.

Tenslotte gaat mijn dank uit naar Kim Borre die mij spontaan heeft geholpen met het vergaren en leveren van informatie over en met belastingzegels van Denemarken.

Tagged

Geef een antwoord